{"image" : "https://www.zantboer.nl/workspace/images/18_rev_01-1434979153.jpg", "title" : "", "thumb" : "", "url" : "" }

Zo zijn we getrouwd!

Wetsvoorstel beperking wettelijke gemeenschap van goederen aangenomen.

Het huwelijksvermogensrecht in Nederland is in relatief korte tijd meerdere keren aangepast. Ook nu staan we aan de vooravond van een volgende wijziging. In vogelvlucht behandelen we hierna het huidig huwelijksvermogensrecht, vervolgens de wijzigingen vanaf 2012, het door de Staten-Generaal aangenomen wetsvoorstel dat zal leiden tot een wijziging van het basisstelsel in Nederland en tot slot de ingangsdatum en gevolgen voor bestaande huwelijken.

Huidig huwelijksvermogensrecht

In Nederland trouwen mensen van oudsher standaard in gemeenschap van goederen. Alle bezittingen en schulden behoren in beginsel tot de gemeenschap van goederen. Daartoe behoort ook het vermogen dat ieder voorafgaand aan het huwelijk al bezat. Door het huwelijk verkrijgt ieder van de echtelieden in beginsel de helft van het gemeenschappelijk vermogen. Als dit niet gewenst is, dan moeten bij de notaris huwelijkse voorwaarden worden opgesteld. Belangrijke kanttekening is dat ook vóór en tijdens het huwelijk ontvangen schenkingen en erfenissen in de gemeenschap van goederen vallen. Als dit niet de wens van de schenker of erflater is, dan moet deze nu zelf bepalen dat het privé vermogen van de verkrijger is (de zogenoemde uitsluitingsclausule of privé clausule).

Wijzigingen 2012

In 2012 zijn een aantal wetswijzigingen doorgevoerd. Deze wijzigingen betreffen:
(i) de bestuursbevoegdheid over gemeenschapsgoederen;
(ii) de vergoedingsrechten en de toepassing van de beleggingsleer;
(iii) het moment waarop huwelijksgemeenschap ontbonden wordt;
(iv) geen rechterlijke goedkeuring meer nodig voor wijziging huwelijkse voorwaarden of aangaan huwelijkse voorwaarden tijdens huwelijk (voor het aangaan van huwelijkse voorwaarden voorafgaand aan het huwelijk was de rechterlijke goedkeuring al eerder afgeschaft).

Ad (i)
Vanaf 2012 is ieder van de echtelieden zelfstandig bestuursbevoegd over de gemeenschapsgoederen, tenzij het betreft goederen op naam zoals onroerende zaken of aandelen in een BV. Voordien was alleen de echtgenoot of echtgenote bevoegd om een gemeenschapsgoed te verkopen als het ook door hem of haar in de gemeenschap was gebracht.

Ad (ii)
Als vóór 2012 een van de echtelieden vanuit zijn/haar privévermogen geld leende aan de andere partner voor aankoop van een goed of een schuld van deze partner afloste, dan ontstond een vergoedingsvordering ter grootte van het nominale bedrag. Vanaf 1 januari 2012 is dit gewijzigd.
Als het geld besteed is met toestemming van de andere partner, dan deelt hij/zij ook mee in de waardestijging of -daling van het goed. Als het geld daarentegen zonder toestemming is gebruikt, dan heeft hij/zij recht op vergoeding van het nominale bedrag, tenzij de waarde van het goed hoger wordt. In dit geval deelt hij/zij niet mee in een eventueel verlies. Partijen kunnen in een onderhandse akte of in huwelijkse voorwaarden bepalen dat de vordering beperkt blijft tot het nominale bedrag. Het vergoedingsrecht geldt niet als het geld gebruikt wordt voor verbruiksgoederen.

Ad (iii)
De huwelijksgemeenschap wordt vanaf 2012 ontbonden op het moment dat het verzoek tot echtscheiding wordt ingediend. Vóór 2012 werd de gemeenschap pas ontbonden op de dag dat de echtscheidingsbeschikking werd ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Wetsvoorstel Beperking gemeenschap van goederen

In 2014 is een wetsvoorstel ingediend om te komen tot de invoering van een beperkte gemeenschap van goederen in Nederland. In het voorjaar van 2016 is de Tweede Kamer akkoord gegaan met het (gewijzigd) wetsvoorstel. Het voorstel is op 28 maart 2017 aangenomen door de Eerste Kamer.

Na invoering van de wet zal in geval van een huwelijk zonder het opstellen van huwelijkse voorwaarden het vermogen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd gemeenschappelijk zijn. Het vermogen dat ieder van de partners voorafgaand aan het huwelijk heeft opgebouwd blijft buiten de gemeenschap. Een uitzondering geldt voor vermogen dat de partners voorafgaand aan het huwelijk al gezamenlijk hadden. Als partners vóór het huwelijk gezamenlijk eigenaar zijn van bijvoorbeeld een woning in de verhouding 25 % -75%, dan wordt dit na de huwelijksvoltrekking 50 % - 50%. Om dit effect te voorkomen, zullen passende huwelijkse voorwaarden moeten worden opgemaakt.

Buiten de gemeenschap vallen (net als nu) pensioenrechten, rechten op het vestigen van een vruchtgebruik en specifieke verknochte goederen.

Wat uit schenking of erfenis aan een partner toekomt blijft na invoering van de wet zijn of haar privévermogen. Een schenker of erflater kan hiervan afwijken door bij een schenking of in een testament op te nemen dat de verkrijging wel in de gemeenschap valt als bijvoorbeeld het huwelijk eindigt door overlijden (dit heet een insluitingsclausule). Een insluitingsclausule werkt uitsluitend als de huwelijkse voorwaarden van de verkrijger/erfgenaam dit toelaten.

Als partijen een algehele gemeenschap van goederen wensen, dan zullen zij in tegenstelling tot nu onder de nieuwe wetgeving bij de notaris huwelijkse voorwaarden moeten opstellen. Het aangaan van een algehele gemeenschap in plaats van een beperkte gemeenschap kan om fiscale redenen voordelig zijn.

Er zal in het nieuwe basisstelsel sprake zijn van verschillende vermogens, namelijk het privé vermogen van de man, het privé vermogen van de vrouw en het gemeenschappelijk vermogen. Als niet vastgelegd is van wie wat is op het moment van huwen en geen administratie bijgehouden wordt, dan zal aangenomen worden dat alles gemeenschappelijk is (het zogenoemde bewijsvermoeden). Net zoals dat nu ook gebeurt bij het niet toepassen van periodieke verrekenbedingen uit huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk. Daarom is het raadzaam om net als bij huwelijkse voorwaarden voorafgaand aan het huwelijk vast te leggen wat ieder heeft en tijdens het huwelijk een administratie bij te houden.

Tijdens het huwelijk verdiende arbeidsinkomsten vallen in de gemeenschap. Dit geldt niet voor ontvangen inkomsten uit vermogen afkomstig uit privé vermogen. Voor partners die al vóór het huwelijk een onderneming hebben, geldt een speciale regeling.

Hij of zij moet, als de onderneming niet tot de gemeenschap behoort, aan de gemeenschap een redelijke vergoeding betalen voor kennis, vaardigheden en arbeid. Dit geldt niet alleen voor een eenmanszaak, maar ook voor een personenvennootschap of een rechtspersoon, waarin een partner in overwegende mate kan bepalen hoeveel winst hem of haar direct of indirect toekomt. Bij de vaststelling van ‘in overwegende mate’ wordt niet alleen gekeken naar de formeel juridische eigendomsverhoudingen, maar met name naar de feitelijke zeggenschap.

Wat moet worden verstaan onder een redelijke vergoeding, is niet duidelijk en zal in de praktijk en in jurisprudentie ingevuld moeten worden.

Ingangsdatum en gevolgen voor bestaande huwelijken

De ingangsdatum is op dit moment nog niet bekend. Deze zal bij Koninklijk Besluit bekend gemaakt worden. Huwelijken die gesloten zijn voor de ingangsdatum vallen nog onder de huidige regels op het gebied van het huwelijksvermogensrecht. Huwelijken die gesloten zijn vanaf de ingangsdatum of huwelijkse voorwaarden die gewijzigd zijn na de ingangsdatum vallen onder de nieuwe regels. Dit betekent dat bij de wijziging van huwelijkse voorwaarden goed acht moet worden geslagen op het gewijzigd recht.

Conclusie

Het is belangrijk dat vóór de huwelijksvoltrekking, maar ook tijdens het huwelijk bekeken wordt of de vermogensrechtelijke gevolgen van een huwelijk op basis van de huidige of de toekomstige wetgeving nog wel gewenst zijn. Ditzelfde geldt uiteraard ook voor echtelieden die op huwelijkse voorwaarden gaan huwen of zijn gehuwd. Neem contact op met één van de adviseurs van Zantboer & Partners als u advies wilt over uw persoonlijke situatie.


Gelieerd aan:

Lid van:

Contact

Zantboer & Partners B.V.
Postbus 8560
3009 AN Rotterdam

Bezoekadres:
Hoofdweg 54
3067 GH Rotterdam

Tel.: +31 (0)10 - 421 20 40
Fax: +31 (0)10 - 421 03 50

E-mail: info@zantboer.nl

KvK: 24369370
BTW: NL813954629B01