{"image" : "https://www.zantboer.nl/workspace/images/18_rev_01-1434979153.jpg", "title" : "", "thumb" : "", "url" : "" }

Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn aangenomen door de Tweede Kamer en het UBO-begrip

De vierde anti-witwasrichtlijn beoogt op Europees niveau de dreiging van witwassen en financieren van terrorisme verder aan te pakken. Hierbij heeft de richtlijn het doel een volledige traceerbaarheid van geldovermakingen te realiseren om dergelijk witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen, op te sporen en te onderzoeken.

Met het oog op de implementatie van deze anti-witwasrichtlijn is in een besluit invulling gegeven aan enkele begrippen die in de vierde anti-witwasrichtlijn centraal staan. Eén van deze begrippen is de term “uiteindelijk belanghebbende”, ook wel bekend als de term UBO (Ultimate Beneficial Owner). De uiteindelijk belanghebbende is de persoon die de uiteindelijk eigenaar is van of uiteindelijke zeggenschap heeft over een entiteit, dan wel de persoon voor wiens rekening een transactie of activiteit wordt verricht. Om te kunnen beoordelen of een persoon kwalificeert als een uiteindelijk belanghebbende, zijn in het besluit toetsingskaders opgenomen. Ten aanzien van enkele entiteiten zijn deze toetsingskaders hierna opgenomen.

Er wordt uitdrukkelijk opgemerkt dat een entiteit op grond van verschillende categorieën meerdere uiteindelijk belanghebbenden kan hebben. Indien bijvoorbeeld de eerste categorie leidt tot de vaststelling van een uiteindelijk belanghebbende, kan ook een volgende categorie aanleiding geven tot de vaststelling van extra uiteindelijk belanghebbende(n).

Besloten of naamloze vennootschap

Als uiteindelijk belanghebbende van een besloten of naamloze vennootschap kwalificeert de persoon die direct of indirect meer dan 25% bezit van:

  • de aandelen in de betreffende entiteit;
  • de stemrechten in de betreffende entiteit (al dan niet via contractuele betrekkingen); en
  • het eigendomsbelang in de betreffende entiteit.

Indien op grond van de hiervoor gemelde categorieën geen uiteindelijk belanghebbende kan worden aangewezen, dan vormen de personen die behoren tot het hoger leidinggevend personeel van de vennootschap de uiteindelijk belanghebbenden. Deze laatste categorie wordt in het besluit uitdrukkelijk aangemerkt als een terugvaloptie. Het hoger leidinggevend personeel kan alleen dan als uiteindelijk belanghebbende worden aangemerkt indien alle mogelijke maatregelen door een entiteit zijn ingezet om op de eerder genoemde gronden de uiteindelijk belanghebbende(n) vast te stellen.

Indien de vennootschap is onderworpen aan specifieke openbaarmakingsvereisten die gelden voor beursgenoteerde vennootschappen, wordt het niet noodzakelijk geacht dat ten aanzien van die entiteiten ook uiteindelijk belanghebbende(n) wordt/worden geregistreerd.

Stichting

Als uiteindelijk belanghebbende van een stichting kwalificeert:

  • de oprichter(s);
  • de bestuurder(s);
  • voor zover van toepassing, de begunstigden, dan wel de groep van personen in wier belang de stichting hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is; en
  • elke natuurlijke persoon die via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de stichting uitoefent.

Bij een stichting als deze, kan worden gedacht aan een stichting die dienst doet om bijvoorbeeld aandelen te certificeren waarmee de economische gerechtigdheid tot de aandelen wordt afgescheiden van de zeggenschapsrechten over de aandelen.

Entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid zoals de C.V. en een fonds voor gemene rekening

Als uiteindelijk belanghebbende van een commanditaire vennootschap kwalificeert de persoon die:

  • recht heeft op een aandeel in de winst van de entiteit van meer dan 25%;
  • bij de wijziging van de overeenkomst die aan de entiteit ten grondslag ligt meer dan 25% van de stemmen kan uitoefenen;
  • bij ontbinding van de entiteit recht heeft op een aandeel in het vermogen van de entiteit van meer dan 25%.

Ook ten aanzien van deze groep entiteiten is de terugvaloptie, zoals genoemd bij de besloten vennootschap, van toepassing. Indien op grond van de hiervoor genoemde categorieën geen uiteindelijk belanghebbende kan worden vastgesteld, kwalificeert het hoger leidinggevend personeel als uiteindelijk belanghebbende.

Hoewel ten aanzien van de C.V. een uiteindelijk belanghebbende moet worden geregistreerd, betekent dat niet dat voor derden kenbaar hoeft te zijn wat de waarde van de rechten van deze UBO zijn. Immers, de C.V. heeft dan wel de verplichting om haar kapitaal in te schrijven, maar zij heeft geen verplichting om inzicht te geven in haar vermogen (publicatieplicht). Dit leidt er toe dat dan wel kenbaar mag zijn voor welk deel de uiteindelijk belanghebbende is gerechtigd tot het vermogen van de C.V., maar niet bekend is waar dit belang op ziet. Het fonds voor gemene rekening kent overigens niet de verplichting om haar kapitaal in te schrijven. Daarin verschillen de C.V. en het fonds voor gemene rekening van elkaar.

Vooralsnog is geen regeling opgenomen op grond waarvan het fonds voor gemene rekening een uiteindelijk belanghebbende dient te registreren. Dit is goed nieuws voor personen die vermogen in een dergelijke entiteit hebben ondergebracht. Het vermogen dat is ondergebracht in een fonds voor gemene rekening blijft daarmee, net als bij de C.V., onbekend voor de buitenwereld.

Wanneer over de anti-witwasrichtlijn wordt gestemd in de Eerste Kamer of wanneer deze in werking treedt, is thans nog niet bekend.


Gelieerd aan:

Lid van:

Contact

Zantboer & Partners B.V.
Postbus 8560
3009 AN Rotterdam

Bezoekadres:
Hoofdweg 54
3067 GH Rotterdam

Tel.: +31 (0)10 - 421 20 40
Fax: +31 (0)10 - 421 03 50

E-mail: info@zantboer.nl

KvK: 24369370
BTW: NL813954629B01