{"image" : "https://www.zantboer.nl/workspace/images/18_rev_01-1434979153.jpg", "title" : "", "thumb" : "", "url" : "" }

De oudedagsverplichting en overlijden

Tot eind 2019 bestaat de mogelijkheid om de in eigen beheer gevormde pensioenvoorziening af te kopen. Afhankelijk van de individuele situatie kan het afkopen van de pensioenvoorziening leiden tot een fiscaal voordeel. Immers, gedurende een periode van circa 3 jaar is enerzijds een belastingkorting van toepassing die elk jaar afneemt en anderzijds wordt geen 20% revisierente in rekening gebracht. Hierdoor is in geval van afkoop tijdelijk de verschuldigde belasting over de waarde van de pensioenvoorziening substantieel lager dan vóór het moment dat deze regeling werd geïntroduceerd.

Indien het niet gewenst is om de pensioenvoorziening af te kopen dan bestaat tot eind 2019 de mogelijkheid om de pensioenvoorziening om te zetten in een oudedagsverplichting (hierna: ODV). Een dergelijke ODV kent in beginsel een uitkeringsduur van 20 jaar. Bij vroegtijdig overlijden van de uitkeringsgerechtigde leidt dit er toe dat de resterende uitkeringen toekomen aan een ander. Indien deze overgang naar de opvolgend uitkeringsgerechtigde(n) niet correct is vormgegeven, leidt dat tot belastingheffing over de waarde van de ODV. Omdat de ODV hierdoor “onzuiver” wordt is de belastingkorting niet van toepassing en is revisierente verschuldigd. De belastingheffing kan daardoor oplopen tot 72% van de waarde van de ODV. Oplettendheid is dan ook geboden.

Onlangs is een tweetal handreikingen verschenen waarin een toelichting wordt gegeven op de invloed van het overlijden van de DGA op de fiscale behandeling van de ODV. Hierna komt een aantal situaties aan de orde ten aanzien waarvan in de handreikingen duidelijkheid is gecreëerd over de fiscale consequenties.

Wettelijke verdeling

Indien de gehuwde erflater met kinderen geen testament heeft opgesteld, is de wettelijke verdeling van toepassing. Daardoor vererft de gehele nalatenschap naar de langstlevende en krijgen de kinderen een vordering op de langstlevende ter grootte van hun erfdeel. Ook de ODV volgt deze verdeling. Dit leidt er toe dat de langstlevende na het overlijden van de erflater als enige gerechtigd wordt tot de uitkeringen uit de oudedagsverplichting. De ODV-aanspraak blijft in dit geval zuiver.

Quasi-wettelijke verdeling

In een groot aantal testamenten is vanuit praktische overwegingen de wettelijke verdeling buiten toepassing verklaard en is een testamentaire verdeling opgenomen die overeenkomt met de wettelijke verdeling. Bevestigd is dat ook bij een dergelijke verdeling de langstlevende wordt gerechtigd tot de ODV-uitkeringen en dat de ODV zuiver blijft. Het overlijden van de uitkeringsgerechtigde heeft behalve de wijziging ten aanzien van de uitkeringsgerechtigde dan ook geen invloed op de ODV-aanspraak an sich.

Noch de wettelijke verdeling noch een testament

In de situatie dat de wettelijke verdeling niet van toepassing is en de uitkeringsgerechtigde geen testament heeft opgesteld, komt de uitkering toe aan alle erfgenamen naar evenredigheid van hun erfdeel. De ODV-uitkering blijft hierdoor zuiver. Indien echter de erfgenamen samen besluiten om de uitkering uit de ODV toe te delen aan één van de erfgenamen, dan wordt de ODV onzuiver.  

Legaat (tegen inbreng)

Indien de wens bestaat dat de ODV-aanspraak uitsluitend toekomt aan één of meerdere erfgenamen, maar niet aan alle erfgenamen, dan kan het onzuiver worden van de ODV-verplichting enkel worden voorkomen door in het testament een legaat op te nemen ten behoeve van die specifieke erfgena(a)m(en). Het is belangrijk dat een dergelijk legaat altijd wordt gecombineerd met erfgenaamschap van de betreffende legataris. Indien iemand gerechtigd wordt tot de ODV-uitkering terwijl deze persoon geen erfgenaam is, leidt dat namelijk tot het onzuiver worden van de ODV-aanspraak. Dit geldt ook indien iemand gerechtigd wordt tot de ODV-uitkeringen door een vruchtgebruik dat is opgenomen in het testament.

Als de legataris verplicht is om de waarde van de verkregen ODV-aanspraak aan de nalatenschap te vergoeden, dan heeft ook deze inbrengverplichting geen invloed op het al dan niet onzuiver worden van de ODV. Indien de ODV door middel van een dergelijk legaat tegen inbreng wordt verkregen door de langstlevende dan vermindert die verkrijging de vrijstelling die de langstlevende heeft voor de erfbelasting. De inbrengverplichting laat deze vrijstelling niet terug toenemen. Een inbrengverplichting ten aanzien van een gelegateerde ODV is vanuit fiscaal oogpunt dan ook niet snel interessant.

De ODV-overeenkomst

Aan de ODV ligt een overeenkomst ten grondslag tussen de vennootschap die tot uitkering is verplicht en de DGA die gerechtigd is tot de uitkering. In deze overeenkomst kan ook een bepaling zijn opgenomen aan wie de ODV moet worden uitgekeerd na het overlijden van de DGA. De aanwijzing in deze overeenkomst kan afwijken van de erfrechtelijke regelingen (bijvoorbeeld het testament). Indien een verschil bestaat tussen de ODV-overeenkomst en de erfrechtelijke regeling, moet de ODV-overeenkomst worden gevolgd. Dit betekent dat de perso(o)n(en) die op grond van de ODV-overeenkomst worden gerechtigd tot de ODV-uitkeringen ook erfgenaam moeten zijn in dezelfde verhouding als hun gerechtigdheid tot de ODV-uitkeringen op grond van het testament.

In veel situaties is in de ODV-overeenkomst opgenomen dat de ODV-uitkeringen worden verkregen door “de erfgenamen”. Met deze formulering is aangesloten bij de wettelijke terminologie. Aan de hand van de toelichting in de handreiking kan het beeld worden verkregen dat deze formulering betekent dat alle erfgenamen naar evenredigheid van hun aandeel in de nalatenschap gerechtigd worden tot de ODV-uitkeringen. Echter, indien bijvoorbeeld de wettelijke verdeling van toepassing is waardoor alle bezittingen en schulden (waar onder de ODV-uitkeringen) worden verkregen door de langstlevende, ontstaat een discrepantie tussen de ODV-overeenkomst en de erfrechtelijke regeling. Dit verschil kan aanleiding geven tot de strafheffing van maximaal 72%. Of dit ook daadwerkelijk het geval is, is thans nog niet duidelijk. Ter voorkoming van onzekerheid kan worden overwogen om de ODV-overeenkomst en het testament op elkaar aan te laten sluiten. Dit zou kunnen door middel van een addendum op de ODV-overeenkomst of een aanpassing van het testament.

Heeft u vragen, neem dan contact op met Roderik de Beukelaer via r.de.beukelaer@zantboer.nl


Gelieerd aan:

Lid van:

Contact

Zantboer & Partners B.V.
Postbus 8560
3009 AN Rotterdam

Bezoekadres:
Hoofdweg 54
3067 GH Rotterdam

Tel.: +31 (0)10 - 421 20 40
Fax: +31 (0)10 - 421 03 50

E-mail: info@zantboer.nl

KvK: 24369370
BTW: NL813954629B01